Tekst: Bram van Boekholt
Fotografie: Carlo de Santis & Paolo Peirano
Het is drie jaar geleden dat we voor het laatst deelnamen aan de multi-day endurorace Trans Varaita. Maar gelukkig zijn we er weer! Dit is de zesde editie van het evenement en het format is ongewijzigd: 4 dagen endurowedstrijd met flink wat klimmeters op eigen kracht (dagelijks zo’n 1400 hm), een night-stage en een lekker compact deelnemersveld met ongeveer 100 man. Nieuw dit jaar is de toevoeging van duo-teams. Óók nieuw zijn vrijwel alle wedstrijdstages.
Op de 1.200 kilometerlange heenreis druppelen de wedstrijdbriefings langzaamaan binnen via de aangemaakte WhatsApp groep met alle deelnemers. Daarin zien we direct dat wij (Kees-Jan, Derk, Bram) één van de vijf Nederlanders zijn. Wél is er een nog grotere groep snelle Belgen, Schotten en Ieren én oud-prof Jerome Clementz. We zijn onder de indruk van hoeveel rappe rijders er zijn. Ook van de maar liefst (!) dertien dames, heeft zeker de helft Enduro Worldcups gereden.
Dag 1: battle de pro’s
Onze heenreis was lang en we zijn te laat om voor de eerste wedstrijddag al een beetje op te warmen op de fiets, maar we zijn precies vroeg genoeg om een biertje bij de lokale brouwerij te pakken. Omdat we dit jaar met de camper zijn, gaan we per wedstrijddag van startplek naar startplek rijden. Vandaag en vannacht blijven we ook bij de brouwerij in Piasco gratis overnachten op het grasveldje. Ideaal!
Net als voorgaande edities rijden we eerst een proloog: die telt niet mee voor de einduitslag, maar bepaalt wél de startvolgorde voor alle stages, de volgende dagen. Bovendien rijden we deze proloog nog een keer vanavond, als night-stage.
Enduro is geen downhill, dus die proloog heeft een akelig venijnig klimmetje erin zitten. Bij de finish verbaas ik me erom dat er gasten zijn die dat klimmetje omhoog konden fietsen. Oké. Ik ben dus blijkbaar niet zó fit en sterk. En ik rijd met de minste veerweg (140 mm Specialized Stumpjumper) en heb misschien wel de minste skills van het deelnemersveld. Goed, dan hebben we deze excuses maar al vast gemaakt 🙂 ik zal er niet nog een keer over beginnen.
Mijn stuurbordnummer (en startvolgorde) 62 is niet fantastisch, maar wel lol gehad. Vooral op Stage 1; de eerste officiële stage ná de proloog. Die is megasnel met een paar ruige stukken erin. Echt genieten! Met iets meer veerweg had ik die sneller kunnen doen… Oja, ik zou daar niet meer over beginnen 😉

Het mooie aan de Trans Varaita is dat je – door het kleine deelnemersveld – bijna alle deelnemers wel een beetje leert kennen en herkennen. De fantastische Italiaanse catering is ook alle dagen geregeld. Dus je schuift aan lange biertafels aan om samen van de pasta te smullen. Daarna kunnen de lampen op helm en stuur voor de night-stage. Vanavond gaat de startvolgorde andersom, dus de hoge startnummers duiken als eerst de trail in. Dat betekent dat ik nog in de schemering rijd, hoewel het in het bos tóch wel echt donker is. Het is jaaaren geleden dat ik in het donker heb gereden. En nu gelijk racen in het donker is heel vet. De finish is ook verderop gelegd: midden in het dorp, dus er is gelijk wat te doen voor de mensen hier in Piasco. Dat is ook wel tekenend voor de Trans Varaita: in deze vallei is weinig toerisme, maar de organiserende broers Margaria betrekken allerlei lokale ondernemingen bij het evenement. Én ze geven de community er iets voor terug: op dag 3 is ons gezamenlijke diner op het grote plein in Sampeyre mét een concert waar vooral de locals van smullen en uitgebreid voor gaan zitten.
Dat deze vallei niet toeristisch is, betekent vooral ook dat je allerlei oude dorpjes vindt met Italiaanse oudjes op het bankje voor de deur. Dus zeker geen aaneenschakeling van gelaterias en winkels met meuk. Maar juist typische kleine winkeltjes en slagertjes. Als ik een mortadella en taleggio wil meenemen voor thuis betekent dat dus geen snelle verkoop, maar een lange wachtsessie en veel hand-en-voettaal totdat de stokoude kaasboer z’n mes heeft gevonden.
Dag 2: duik & doppio
Terug naar het biken: de startlocatie is dagelijks op een andere plek. Van Piasco (dag 1) naar Pontechianale (dag 2). We glippen al bijna in de slaapzak, maar bedenken dat het tóch wel lekker is om na de night-stage al door te rijden naar een plek bij de volgende startlocatie. We komen ‘s nachts aan op een camper-camping – onze enige niet-wildkampeerspot. En omdat deze plek op zo’n 1.600 meter ligt, is het hier gelijk een stuk frisser.
De eerste klim is vrijwel volledig een hike-a-bike van zo’n 400 hoogtemeters. De beloning van de stage is er helaas niet echt. Het is echt harken tussen mega-rotsen door en met weinig flow. Afzien met een hoge hartslag en wat kleine crashes. Dit blijkt voor iedereen wel te gelden. De volgende transfer is grotendeels wel te fietsen, op mijn trailbike zoef ik een hoop gasten voorbij over het asfalt en de gravelroads. Maar het is nog een lange 1.000 hoogtemeters klim. Het voelt echt alsof we steeds verder van de bewoonde wereld af zijn en het genieten neemt daardoor eigenlijk alleen maar toe. En met de lengte van de klim, weten we ook dat de afdaling een flinke zal zijn.
Deze stage is wel echt genieten. Aan de noordkant van een steile berg, dus nog een beetje nattig van de koude nacht en met secties donker bos. Omdat ik met startnummer 62 wat later in het deelnemersveld zit, zijn de “french lines” goed te spotten! Die leveren telkens toch weer een seconde tijdwinst op. Maar het is wel hard voor het lijf: ik moet halverwege met twee vingers gaan remmen om nog een beetje controle te houden. Hoppa! Finish van de dag bij het meer. En natuurlijk met een goede lunch, doppio’tje en een plons in het stuwmeer.
Dag 3: no stress
Na de plons van gistermiddag zijn we doorgereden naar Sampeyre, waar ook de daghuldiging en happy hour is. De enorme lunch zorgt ervoor dat ik niet eens mijn pizza in de avond op krijg. Mooi dus een ontbijtje voor morgenochtend. Onze kampeerspot is tegenover de start: de enige stoeltjeslift die we deze wedstrijd pakken. We weten dat ‘ie heel traag draait. Héél traag. En wanneer de rij gevormd wordt, hebben wij weinig haast om aan te sluiten. We gaan praktisch als laatst omhoog om daar te beginnen aan de transfer van meer dan 10 kilometer met mooiste uitzichten. De stage is genieten: stijl in het begin, snelle secties, verse bosgrond. En ik blijf me maar afvragen wanneer ik Kees-Jan nou in het zicht krijg, die voor mij startte. Ik krijg ‘m helaas niet in de smiezen… Maar wel dikke high fives bij de finish.
De “fermeur” (die als laatste alle stages afsluit) komt kort erna langs. Even opletten dat we de juiste gpx volgen, hoor. want de verbindingsstukken zijn niet aangegeven. Het is wel de mooiste verbinding die je kunt bedenken. Al is Kees-Jan niet helemaal scherp meer en dondert ‘ie ergens een paar meter de diepte in. En dit is niet eens een wedstrijd-stage. Naarmate we verder komen, herken ik de start van de stage. Dit is de enige afdaling die we al eerder hebben gereden in 2022. Die geeft me wel zoveel vertrouwen dat ik er met meer snelheid overheen vlieg en dat maakt dat dit ook de enige stage is die ik van ons drieën win. Het gaat allemaal om de onderlinge strijd, he.
Dag 4: zijn we er bijna?
Na het gezamenlijk diner (wat ook weer inclusief was bij de inschrijving) op het dorpsplein van Sampeyre rijden we in het donker door naar de start van de laatste wedstrijddag. En dat is helemaal geen slechte keuze. We zitten hier zo diep in de vallei, ver van steden en dorpen en op een goede hoogte, op een hele heldere nacht zónder maanlicht. Dat betekent dat de sterrenhemel echt overweldigend is. Dit is absoluut de donkerste nacht die ik ooit heb meegemaakt en met de meeste sterren. We blijven kijken tot we een stijve nek krijgen. En het enige andere lampje wat we zien is het race-transponder-polsbandje dat we nog dragen.
De klim is een brute; dat wisten we al. En de vermoeidheid hakt er ook aardig in. De 900 hoogtemeters-klim is voor een heel groot deel hike-a-bike naar een hoogte van 2.800 meter. We beseffen maar weer eens dat we ontzettend veel geluk hebben met het goede weer van de afgelopen dagen. Zo’n Alpiene afdaling als dit is natuurlijk best een risico in een wedstrijd, want met een beetje slecht weer zal dit te lastig bereikbaar zijn. Nu moeten we op 2.800 meter uiteraard alleen even een jasje aan wanneer we bezweet staan te wachten op onze starttijd. Een aantal lammergieren cirkelt rondjes boven ons. In deze wijdsheid voel je je echt klein.
Bruno, de wedstrijdspeaker, hyped ons nog even op voor de allerlaatste afdaling van de Trans Varaita 2025. De stage is bijna 7 kilometer en dat valt natuurlijk niet compleet af te linten. Bovenin zijn enkele poortjes gemaakt waar je doorheen moet, maar verder mag je spoorzoeken omdat hier in de hoogste secties een echte vaste trail ontbreekt. Dwars door het veld en rotsen blijkt Kees-Jan een dubbele lekke band te rijden (voor en achter). Ik passeer en ga eigenlijk best lekker, al is het echt knijpen om het stuur nog vast te kunnen houden. Na een gemeen kort klimmetje is de focus even weg en crash ik onbenullig. Ai, die doet pijn. Ik wacht. Raap de rotzooi op die uit mijn hipbag is gevallen. Zwaai mijn armen en ga weer door. Het is nog een eind, maar heel mooi. Eens kijken hoe hard ik op dat laatste stuk nog durf te gaan… BAM! We zijn er. Alleen maar blije gezichten. Kees-Jan heeft nog een trailrun voor de boeg om met de lekke banden beneden te komen, dus Derk en ik zijn al ingepakt en hebben de camper-buitendouche gepakt als hij aankomt.
Na een laatste flinke Italiaanse maaltijd volgt de huldiging. De podiumgasten waren echt zoveel rapper dan wij, ongelofelijk. Glenn MacArthur wint deze editie.
We bedanken de organisatie en vrijwilligers en zetten koers naar Nederland.
In december zal de inschrijving voor de 2026-editie weer openen. Zo’n avontuur met pure Italiaanse belevingen en kameraadschap smaakt toch weer naar meer! Check: transvaraitabike.com


























































