Tsenelle: nieuwe groene MTB-trail hoog boven Verbier

92 pagina’s vol pure mountainbike inspiratie. Geen reclame. Alleen waar het echt om draait: Mountainbiken. Chapter 1 printed mountainbike magazine

Bestel hem hier

Tsenelle: Verbier heeft eindelijk een echte beginnerstrail hoog op de berg

Verbier associëren wij niet direct met rustig kennismaken met downhill. Eerder met steil dikke rotsen en dergelijke. Remmen die na een halve dag ineens een stuk minder enthousiast klinken en olie die er uit kookt. Maar sinds deze zomer ligt er boven La Chaux iets compleet anders: Tsenelle, een groene flowtrail die juist bedoeld is voor mountainbikers die hun eerste echte meters in een bikepark willen maken.

Hij begint meteen op 2.484 meter hoogte. Niet slecht voor je eerste afdaling.

1,9 kilometer vanaf La Chaux-Express

Tsenelle start bij het bergstation van de La Chaux-Express en daalt over ongeveer 1,9 kilometer richting La Chaux. De trail is officieel groen geclassificeerd en heeft een relatief flauwe helling. Onderweg draait het vooral om flow, geen enorme gaps of steile rock gardens, maar bochten, speelse elementen en houten bruggen waarmee je rustig snelheid en vertrouwen kunt opbouwen. Precies zoals een beginnerstrail hoort te werken!

Hoogalpien zonder meteen volle bak tech

Het toffe is vooral waar die trail ligt. Je rijdt niet onderaan het dal over een oefenveldje, maar hoog boven Verbier met uitzicht op het Combins-massief, Mont-Fort en bij goed weer Mont Blanc. Dat maakt het hele verschil namelijk. Je krijgt wél het gevoel dat je echt in de Alpen rijdt, maar zonder dat iedere bocht meteen technisch examen is. En voor iemand die thuis vooral Nederlandse routes kent, is alleen al langere tijd afdalen iets waar je aan moet wennen.

  1. Remmen doseren.
  2. Kijken waar je heen wilt.
  3. Bochten op snelheid.
  4. Niet na drie minuten al volledig verkrampen.

Tsenelle lijkt precies daarvoor gebouwd. Plus de hoogte! Ook dat is altijd weer even wat om aan te wennen. Deze trail bied daarom echt een extra dimensie.

Meer dan alleen een gladde flowlijn

Verbier heeft de trail bovendien niet puur als verzameling kombochten neergelegd. Langs de route zijn rustpunten, houten sculpturen en informatieplekken verwerkt over de bergweides, beschermde wetlands en oude stenen herdershutten. Ook twee opvallende brugconstructies maken deel uit van de trail. Dat klinkt bijna iets te educatief voor een bikepark. Maar voor families is het eigenlijk slim. Niet iedere run hoeft een wedstrijd te zijn. Even relaxen is ook prima hier dus!

De stap daarna ligt er meteen naast

Het belangrijkste is natuurlijk dat Tsenelle niet ergens los van de rest ligt. Verbier heeft een compleet downhill- en enduronetwerk. Wie na een paar runs meer vertrouwen heeft, kan daarna richting andere eenvoudige en middelzware lijnen doorgroeien. De huidige zomerinformatie van Verbier noemt binnen het grotere 4 Vallées-netwerk meerdere downhilltrails en 23 endurotrails. Ja en die kennen wij (denk ik) allemaal wel 🙂 na dik 15 jaar rijden samen met MTBVERBIER.com denk ik dat we ze allemaal wel eens gedaan hebben!

Dus Tsenelle hoeft niet het eindpunt te zijn. Het is juist het begin. En dat is misschien wel waarom deze trail interessanter is dan zijn 1,9 kilometer doet vermoeden.

Tot 21 september rijden

Tsenelle staat voor zomer 2026 dagelijks gepland van 4 juli tot en met 21 september, normaal tussen 08:45 en 16:30 uur. Weersomstandigheden kunnen de lift- en trailstatus natuurlijk veranderen. Een gewone 4 Vallées bike-dagpas kost deze zomer CHF 57 voor volwassenen. Wie via een accommodatie over de Verbier VIP Pass beschikt, betaalt voor een Verbier-bikepass vanaf CHF 24 per dag.

Niet spotgoedkoop.

Maar voor Zwitserland ook niet meer compleet schokkend.

Meer informatie vind je bij de BRON! Check het hier: Tsenelle trail verbier

Verbier wordt hierdoor vooral completer

Tsenelle is geen trail waarvoor wij speciaal tien uur in de auto zouden zitten. Daar hoeven we niet moeilijk over te doen, maar Verbier zelf is wél een bestemming waar je meerdere dagen serieus kunt rijden. En juist dan is zo’n makkelijke trail belangrijk. Als je met een groep bent waarin één rider nog nooit een Alpentrip heeft gedaan, hoef je diegene niet direct bovenaan een rode of zwarte lijn te parkeren met de woorden:

“Komt wel goed.”

Eerst Tsenelle. Paar runs. Tempo omhoog. En daarna kijken wat er nog meer op die berg ligt. Dat klinkt eerlijk gezegd als een veel betere introductie tot Verbier.


Yeti lanceert de MT: 140 mm trailbike met Sixfinity-vering

92 pagina’s vol pure mountainbike inspiratie. Geen reclame. Alleen waar het echt om draait: Mountainbiken. Chapter 1 printed mountainbike magazine

Bestel hem hier

Yeti lanceert de MT: 140 mm trailbike met Sixfinity-vering

Yeti heeft deze week de nieuwe MT gepresenteerd, een 29er trailbike met 140 mm veerweg achter en 160 mm voor. De MT vervangt de SB140 en is vooral interessant omdat Yeti hiermee ook bij zijn reguliere trail-MTB’s afscheid neemt van het bekende Switch Infinity-systeem. Daarvoor in de plaats komt Sixfinity, de zes-link achtervering die eerder al opdook op onder meer de 160e, MTe, LTe en de nieuwe LT.

Volgens Yeti is Sixfinity bijna tien jaar in ontwikkeling geweest. Het systeem moet engineers meer vrijheid geven om onder andere anti-squat, anti-rise en de progressiviteit van de vering losser van elkaar af te stemmen. Op de MT kun je die progressiviteit bovendien zelf in drie standen aanpassen met een flip-chip, zonder daarbij de geometrie te veranderen.

Verder houdt Yeti het behoorlijk modern: een TURQ carbon frame, 29-inch wielen, UDH en interne opbergruimte in de downtube. Daar zit zelfs een aparte plek voor een AirTag of vergelijkbare tracker bij. De MT is er in meerdere uitvoeringen, waarbij de Europese prijzen volgens de momenteel gepubliceerde informatie beginnen rond €7.200 en oplopen tot €11.500 voor de topuitvoering.

Goedkoop is het dus absoluut niet. Maar technisch is de MT wel een belangrijke MTB voor Yeti: na jarenlang Switch Infinity als handelsmerk te hebben gebruikt, lijkt Sixfinity nu duidelijk de nieuwe richting te worden voor het merk.

Voor meer informatie https://yeticycles.com/en-us/bikes/mt


Alpinestars brengt een airbag naar downhill MTB

92 pagina’s vol pure mountainbike inspiratie. Geen reclame. Alleen waar het echt om draait: Mountainbiken. Chapter 1 printed mountainbike magazine

Bestel hem hier

Alpinestars brengt een airbag naar downhill MTB

 Alpinestars heeft op 28 augustus 2026 de Tech-Air MX officieel geschikt gemaakt voor downhill mountainbiken. Geen compleet nieuw vest overigens: de grote stap is een specifiek Downhill Algorithm, ontwikkeld met data van professionele downhillers die Alpinestars sinds 2022 verzamelt.

Het systeem gebruikt zes sensoren en heeft geen GPS of externe sensor op de MTB nodig. Zodra het een crash detecteert, blaast de airbag zich volgens Alpinestars in ongeveer 32 tot 45 milliseconden op rond borst, rug, schouders en bovenarmen. De fabrikant claimt daarbij tot 82% minder overgedragen impactenergie dan bij een conventionele passieve borstprotector. Dat laatste is nadrukkelijk een claim van Alpinestars, niet iets wat wij zelf hebben kunnen controleren.

Interessant is dat dit niet alleen een prototype voor World Cup-racers is. Het systeem is inmiddels gewoon te koop voor €599,95 en Nederland behoort tot de landen waar Alpinestars het rechtstreeks levert. Een volle accu moet ongeveer 30 uur meegaan en zolang de airbag niet beschadigd raakt, kan het systeem maximaal zes keer afgaan voordat service nodig is.

En juist daarom is dit groter dan zomaar een nieuwe protector. Airbags zijn dit seizoen al zichtbaar geworden in de Downhill World Cup en rijders als Loïc Bruni en Jordan Williams hebben met het Alpinestars-systeem gereden. Nu dezelfde technologie daadwerkelijk voor consumenten beschikbaar komt, zou dit zomaar het begin kunnen zijn van een nieuwe generatie downhillprotectie.

Meer info vind je op Alpinestars


Bikepark 1024 geopend: bijna 20 km trails op de Ochsenkopf

92 pagina’s vol pure mountainbike inspiratie. Geen reclame. Alleen waar het echt om draait: Mountainbiken. Chapter 1 printed mountainbike magazine

Bestel hem hier

Bikepark 1024 geopend: bijna 20 kilometer trail op de Ochsenkopf

Een compleet nieuw bikepark op pakweg zes uur rijden vanaf Utrecht? Daar kijken we even naar. Gisteren, 28 augustus 2026, zijn op de Ochsenkopf in het Duitse Fichtelgebirge de eerste nieuwe trails van Bikepark 1024 officieel geopend. En ze zijn daar nog niet klaar. Als het complete project straks af is, moet er rond de 1.024 meter hoge Ochsenkopf ongeveer 20 kilometer aan MTB-trails liggen.

Niet slecht voor een plek die bij veel Nederlandse mountainbikers waarschijnlijk nog totaal niet op de radar staat.

Van oude downhill naar compleet bikepark

Mountainbiken op de Ochsenkopf is niet nieuw. Er lag al jaren een behoorlijk natuurlijke downhill aan de zuidkant van de berg. Maar sinds mei wordt het gebied flink uitgebreid. Samen met het Duitse trailbouwbedrijf Schneestern wordt ongeveer 16,5 kilometer nieuwe trail aangelegd. Uiteindelijk moet Bikepark 1024 bestaan uit:

5 flowtrails
4 singletrails
1 downhill
1 uphilltrail.

De eerste nieuwe lijnen gingen gisteren open. Fase twee staat gepland vanaf oktober.

Van makkelijke flow tot natuurlijke downhill

Wat ons vooral aanspreekt is dat ze niet elf varianten van dezelfde gladgestreken flowtrail bouwen. De vijf flowtrails zijn licht geclassificeerd en bedoeld voor beginners en families. Makkelijke kombochten, rollers en relatief “niet steile trails”  moeten het toegankelijk houden. Daar tegenover staan vier middelzware singletracks met een natuurlijker karakter.

En dan ligt er nog black OX down.

Die bestaande downhill is 1,72 kilometer lang, daalt 225 hoogtemeters en heeft een gemiddeld verval van 13,1 procent. Het park omschrijft hem als technisch, met drops, wortels en steile passages..

Dat klinkt al een stuk minder familieproof. NICE!

Sommige namen zijn behoorlijk fout

De trailnamen verdienen trouwens een vermelding. Omdat we hier op de Ochsenkopf zitten, heeft iemand besloten dat overal OX in moet.

Dus krijgen we:

r OX anne
rel OX
mad OX
r OX i balboa
f OX trott
what the OX
black OX down
en OX ygen.

We weten nog niet of we dit juist briljant of juist verschrikkelijk vinden…. Hier gaan we even over nadenken.

De langste nieuwe trails zitten rond de drie kilometer

De flowtrails zijn relatief lang. r OX anne komt bijvoorbeeld op 2,61 kilometer en rel OX op 2,51 kilometer. Bij de singletracks is f OX trott de langste: 2,9 kilometer met 235 meter hoogteverlies. De 1,82 kilometer lange r OX i balboa is met gemiddeld 11 procent duidelijk steiler.

Dat zijn geen Alpenafdalingen van duizend hoogtemeters, maar voor een compacte Duitse bikeparkdag klinkt dit prima. Zeker als je verschillende lijnen achter elkaar kunt combineren.

OXygen gaat juist omhoog

Opvallend is de aparte OX ygen Uphill Trail. Die is 1,97 kilometer lang en overbrugt ongeveer 70 hoogtemeters. Daarmee kunnen e-MTB’ers en fanatieke trappers delen van het netwerk ook zonder lift aan elkaar knopen.

Wel belangrijk: dit is uitsluitend een klimtrail. Deze zullen we daarom helaas nooit leren kennen 😉

Gondel met MTB-dragers

Wie daar allemaal geen zin in heeft, pakt gewoon de lift. Vanaf Fleckl brengt de moderne Ochsenkopf-Südbahn je met MTB naar boven. De gondels hebben externe MTB-dragers en draaien normaal dagelijks van 10:00 tot 17:00 uur. Boven sta je direct op 1.024 meter. En dan kan het betere werk weer beginnen. Ook de prijs is interessant een volwassen dagkaart kost momenteel €36. Vier uur rijden kost €29 en een tweedaagse pas €68. Kinderen van zes tot vijftien betalen respectievelijk €19, €15 en €35.

Dat maakt Ochsenkopf interessant voor een weekendtrip.

Zeker als straks fase twee ook open is en het complete netwerk richting twintig kilometer gaat.

Maar wat is er nú precies open?

Hier moeten we wel een kleine waarschuwing plaatsen.

De officiële opening van fase één was gisteren en de organisatie bevestigt dat de eerste nieuwe trails zijn vrijgegeven.

Alleen staat op de trailpagina nog niet duidelijk aangegeven welke individuele nieuwe lijnen daadwerkelijk onderdeel zijn van die eerste fase. Ook BIKE Magazine kon dat voorafgaand aan de opening niet bevestigd krijgen.

Wie nu richting Ochsenkopf rijdt: check vooraf de actuele trailstatus bij Bikepark 1024.

Fase twee moet vanaf oktober volgen.


Kirchberg Trail: bijna 10 km flowtrail van berg tot dal

92 pagina’s vol pure mountainbike inspiratie. Geen reclame. Alleen waar het echt om draait: Mountainbiken. Chapter 1 printed mountainbike magazine

Bestel hem hier

Kirchberg Trail: bijna 10 kilometer flow van berg tot dal

Een trail van tien kilometer. Niet een MTB-route met een klim erin, geen verbindingsstuk. Gewoon boven beginnen en daarna bijna tien kilometer richting het dal.

Sinds deze zomer kan dat in Kirchberg in Tirol. De nieuwe Kirchberg Trail begint bij het bergstation van de Fleckalmbahn en is volgens de regio de langste flowtrail van Tirol.

En dat klinkt ons eigenlijk wel goed!!

Bijna tien kilometer naar beneden

De cijfers verschillen per bron een klein beetje, maar dat is verklaarbaar. Er is ongeveer 8,6 kilometer volledig nieuwe trail aangelegd. Tel je de bestaande verbindingsstukken mee, dan kom je rond de tien kilometer uit. De lijn loopt vanaf het bergstation van de Fleckalmbahn helemaal richting Kirchberg.

Onderweg krijg je van alles wat je van een bikepark mag verwachten met verschillende optionele jumps en side hits. De trail is bewust zo gebouwd dat minder ervaren riders alles gecontroleerd kunnen rijden, terwijl je als ervaren mountainbiker juist de extra lijnen kunt pakken.

Dat concept vinden we tof.

Een goede flowtrail hoeft namelijk helemaal niet moeilijk te zijn om leuk te worden.

Ga harder –> Probleem opgelost.

S1-S2, dus niet alleen voor beginners

De regio gebruikt voor de Kirchberg Trail een classificatie rond S1-S2. Bij begeleide ritten wordt hij eveneens als S1-S2 en gemiddeld niveau aangeboden. Verwacht dus geen downhilltrack vol drops en rock gardens.

  • Dit draait om flow.
  • Bochten goed raken.
  • Rollers pompen.

En waarschijnlijk na een paar runs ontdekken dat je op sommige stukken ineens een stuk harder rijdt dan bij run één. De trail is bovendien bewust geschikt gemaakt voor families en mountainbikers die hun eerste langere lifttrail willen rijden.

En tien kilometer geeft dan wel meteen serieus tijd om te oefenen.

Niet alleen maar bos

Wat we op de foto’s vooral gaaf vinden is dat de trail niet tien kilometer tussen dezelfde sparren blijft hangen. De route loopt afwisselend door bos en over open almen, met onderweg uitzicht richting onder andere de Großer Rettenstein, Kitzbüheler Horn en Wilder Kaiser. Er liggen zelfs drie plekken langs de route waar je kunt stoppen voor eten of drinken.

Dat laatste hoeft van ons tijdens iedere run niet.

Maar halverwege de middag ergens op een alm neerploffen en daarna het resterende stuk naar het dal rijden? Prima plan.

Daarna gewoon weer de Fleckalmbahn in

Het fijne is dat de logistiek super simpel is. Je komt beneden in Kirchberg uit en kunt de Fleckalmbahn opnieuw omhoog pakken.

Met de Kitz Trail Card kun je in 2026 naast de Fleckalmbahn ook de Hahnenkammbahn, Sonnenrastbahn en Gaisberglift gebruiken. Een volwassen dagkaart kost momenteel €59, of €56 met gastenkaart.

Daarmee hoef je dus zeker niet de hele dag dezelfde trail te rijden.

Want de Fleckalm Trail ligt er ook nog

En dit is waar Kirchberg voor ons interessanter wordt. Vanaf dezelfde berg ligt namelijk ook de bekende Fleckalm Trail. Waar de nieuwe Kirchberg Trail vooral draait om aangelegde flow, is Fleckalm veel meer de natuurlijke kant van het gebied. Dat betekent dat je vanaf dezelfde lift compleet verschillende runs kunt maken.

Eerst lekker tien kilometer flowen.

Volgende run het natuurlijkere werk in.

Daarna misschien richting Gaisberg. Zo wordt één nieuwe trail ineens een stuk interessanter dan wanneer hij ergens volledig los zou liggen.

Meer dan 40 kilometer trail rond Kitzbühel en Kirchberg

De Kirchberg Trail is onderdeel van de 360° Flow Trails Kitzbühel Kirchberg. Met de nieuwe lijn communiceert de regio inmiddels meer dan 40 kilometer aan trails. Daar horen onder andere bij:

Fleckalm Trail, Hahnenkamm Trail, Lisi Osl Trail, Gaisberg Trail en verschillende oefen- en progressionzones.

En wie nog groter wil gaan kan de Kitzbüheler Alpen Trail Card pakken. Die kost €66,50 per dag en geeft toegang tot negen liften en twaalf trails, verspreid over onder andere Kitzbühel, Kirchberg, Brixen im Thale, St. Johann en Fieberbrunn.

Dan begint het al behoorlijk op een MTB-roadtrip zonder de bus te lijken.

Waarom deze op onze lijst gaat

Kirchberg stond bij ons niet direct bovenaan tussen de bekende Oostenrijkse bikeparkbestemmingen.

  • Saalbach.
  • Leogang.
  • Sölden.
  • Serfaus.

Daar denk je sneller aan, maar bijna tien kilometer flowtrail vanaf één gondel verandert het plaatje wel een beetje. Niet omdat Kirchberg ineens het ruigste bikepark van Oostenrijk is.

Juist niet.

Maar een lange top-to-bottom trail, de natuurlijke Fleckalm Trail ernaast en meer dan 40 kilometer trail in dezelfde regio? Daar kun je inmiddels prima een paar dagen vullen. En na tien kilometer beneden komen en meteen roepen:

“Nog eentje?”

Dat blijft toch ongeveer het hele idee.


Wales wil ruim 500 km MTB-trails vernieuwen en uitbreiden

92 pagina’s vol pure mountainbike inspiratie. Geen reclame. Alleen waar het echt om draait: Mountainbiken. Chapter 1 printed mountainbike magazine

Bestel hem hier

Wales wil ruim 500 kilometer MTB-trails vernieuwen en uitbreiden

Wales heeft een probleem. Een behoorlijk goed probleem eigenlijk. Er ligt namelijk meer dan 500 kilometer aan officiële mountainbiketrails in de bossen van Natural Resources Wales.

Alleen heeft een trail één vervelende eigenschap:

  • hij blijft niet vanzelf goed.
  • Regen spoelt grond weg.
  • Remkuilen worden groter.
  • Drainage raakt verstopt.
  • Wortels komen bloot.
  • Bomen vallen om.
  • Borden verdwijnen.

En duizenden mountainbikers die ieder jaar dezelfde lijn rijden helpen ook niet direct mee. Dus heeft Natural Resources Wales een behoorlijk serieus plan klaargezet. De organisatie bereidt een vierjarig raamwerk voor waarmee vanaf 2027 zowel bestaande mountainbiketrails onderhouden als nieuwe trails gebouwd kunnen worden.

Geschatte waarde:

£2 miljoen.

Dat begint ergens op te lijken.

Eerst even: niet ineens £2 miljoen aan nieuwe trails

Dat moeten we wel meteen duidelijk maken. Dit is geen cheque van twee miljoen pond die morgen aan een trailbuilder wordt gegeven. Natural Resources Wales heeft een procurement framework voorbereid met een geraamde totale waarde van £2 miljoen exclusief btw. De geplande looptijd is van 4 januari 2027 tot 3 januari 2031. Zie het als een raamwerk waarbinnen de komende jaren opdrachten kunnen worden verstrekt.

Een deel daarvan is onderhoud. Een deel kan nieuwe aanleg zijn.

Hoeveel daadwerkelijk wordt besteed en welke trails precies worden aangepakt, ligt nog niet vast in de publieke stukken die we konden controleren. Maar de schaal zegt wel iets. Wales kijkt niet naar één seizoen, dit gaat over de komende vier jaar.

Meer dan 500 kilometer officiële MTB-trail

Dat getal bleef vooral hangen. 500+ kilometer. Niet aan wilde paadjes die iemand ooit op Trailforks heeft gezet. Het gaat om officiële mountainbiketrails waarvoor Natural Resources Wales verantwoordelijkheid draagt. De huidige NRW-lijst loopt door vrijwel heel Wales.

Daar staan bekende namen tussen als:

  • Coed y Brenin;
  • Afan Forest Park;
  • Brechfa;
  • Bwlch Nant yr Arian;
  • Cwmcarn;
  • Gwydir;
  • en verschillende kleinere bosgebieden.

Dat maakt Wales ook zo anders dan veel Alpenbestemmingen. Er is niet één groot resort. Geen gondel die alles bij elkaar houdt. Je krijgt een hele verzameling trailcentres en bossen die ieder hun eigen karakter hebben.

Coed y Brenin: waar het eigenlijk allemaal begon

De bekendste is natuurlijk Coed y Brenin. Natural Resources Wales noemt het zelf het eerste purpose-built mountainbikecentre van Groot-Brittannië.

En daar zit ook een stukje Trail-addicts-historie.

We schreven onlangs nog uitgebreid over Coed y Brenin: geen bikepark vol megajumps, maar ouderwetse Britse trailcentre-MTB. Klimmen hoort erbij. Rotsen ook. Regen waarschijnlijk eveneens.

De trailopbouw loopt er van de blauwe MinorTaur tot lange technische routes door het bos. NRW bevestigt dat het netwerk geschikt is voor zowel beginners als ervaren riders.

Juist bij zo’n oud netwerk wordt structureel onderhoud belangrijk. Een trail die twintig jaar goed heeft gewerkt blijft niet nog twintig jaar vanzelf perfect.

Wat gaan ze eigenlijk doen?

De aanbestedingsstukken zijn verrassend specifiek. Voor het bestaande netwerk gaat het onder andere om:

Trailoppervlak herstellen
Uitgesleten of beschadigde delen opnieuw opbouwen.

Drainage
Sloten, afvoer en zogenaamde grade dips herstellen zodat regenwater niet vrolijk midden over de trail blijft lopen.

Berms en trailfeatures
Versleten elementen aanpakken en fall-zones vrijhouden.

Vegetatie
Zichtlijnen en trailcorridors openhouden.

Bewegwijzering
Trailborden, routepalen en informatiepanelen repareren of vervangen.

Spoedreparaties
Bij stormschade of andere gevaarlijke situaties moet ook buiten normale werktijden ingegrepen kunnen worden.

Klinkt allemaal niet heel sexy, maar dit is precies waarom een trail na tien jaar nog steeds lekker rijdt.

En er mogen dus ook compleet nieuwe trails komen

Hier wordt het natuurlijk leuk. Het tweede deel van het raamwerk gaat expliciet over Mountain Bike Trail Design and Construction. Daaronder valt volgens de officiële omschrijving:

  • nieuwe trails ontwerpen;
  • vergunningen regelen;
  • trailcorridors vrijmaken;
  • nieuwe trails en trailsecties bouwen;
  • opleveren en certificeren.

Er staat alleen nog nergens:

“Coed y Brenin krijgt volgend jaar een nieuwe zwarte trail van 8 kilometer.”

Het framework maakt nieuwe aanleg mogelijk; welke projecten daar daadwerkelijk uitkomen moet later blijken. Dat verschil is belangrijk.

Cwmcarn: vijf trails van blauw tot double black

Aan de andere kant van Zuid-Wales ligt Cwmcarn.

Daar heeft NRW momenteel vijf officiële mountainbiketrails:

Pwca – blauw
Cafall – rood
Twrch – rood
Pedalhounds – zwart
Y Mynydd – double black.

Dat is precies waarom zo’n landelijk onderhoudsprogramma interessant is.

Het gaat niet alleen om brede familieroutes.

Onder hetzelfde beheer vallen ook trails die gericht zijn op ervaren riders.

Al is Y Mynydd momenteel gesloten. Ook dat onderstreept opnieuw waarom actuele statusinformatie en onderhoud belangrijk zijn.

Wales is eigenlijk één enorme MTB-roadtrip

En dat is misschien de belangrijkste reden waarom wij dit interessant vinden. Je hoeft hier niet zeven dagen in hetzelfde bikepark te blijven.Je kunt er een roadtrip van maken. Bijvoorbeeld:

Coed y Brenin
Voor historie, lange routes en rotsachtige trailcentre-lines.

Gwydir / Penmachno
Voor veel natuurlijker en afgelegener boswerk. Op dit moment zijn daar door boomkap overigens meerdere secties afgesloten, dus check altijd de actuele status.

Afan
Voor klassieke Zuid-Wales-trailcentre-runs.

Cwmcarn
Voor korter maar steviger werk, inclusief zwart en double black.

En dan hebben we BikePark Wales nog niet eens meegenomen. Dat park valt niet onder hetzelfde officiële NRW-trailnetwerk, maar ligt natuurlijk wel gewoon in Wales. Ineens heb je genoeg mountainbike voor een behoorlijk lange vakantie.

Geen Alpen, compleet ander rijden

Als je vooral Morzine, Finale en Aosta gewend bent, voelt Wales anders. Minder vertical.

  • Meer zelf klimmen.
  • Meer bos.
  • Meer nat.
  • Meer rots.
  • Waarschijnlijk meer modder.

En nul garantie dat je sokken aan het einde van de dag nog droog zijn. Maar juist daarom is het tof. Een klassieke Welsh trailcentre-route kan twintig, dertig of veertig kilometer lang zijn en combineert klimmen, technische singletrack en afdalingen in één rondje.

Je komt beneden en moet uiteindelijk zelf weer omhoog.

Weet je meteen weer waarom er een 50-tands krans achterop je mountainbike zit 😉

Dit kan vanaf 2027 echt interessant worden

De beoogde contractperiode begint in januari 2027. Als het programma doorgaat zoals voorbereid, zouden vanaf dat moment concrete onderhouds- en bouwopdrachten binnen het framework kunnen volgen. Dat is het moment waarop wij vooral willen zien:

welke trails?

welke trailcentres?

alleen onderhoud of ook echt nieuwe lijnen?

hoeveel geld gaat waarheen?

Dat is nu nog niet bekend. En tot dat gepubliceerd wordt, heeft het weinig zin om te gokken.

Wat betekent dit voor een trip in 2026?

Eigenlijk nog niets. De trails liggen er nu zoals ze er nu bij liggen. Dit is een programma voor de komende jaren.

Wil je dit seizoen richting Wales, controleer per trailcentre de actuele status. Bosbouw en stormschade zorgen op meerdere plekken momenteel voor afsluitingen of omleidingen. NRW adviseert zelf om vlak voor je bezoek altijd de lokale pagina te controleren.

Dat geldt bijvoorbeeld nu al voor delen van Afan, Penmachno en Cwm Rhaeadr. Dus geen drie maanden oude GPX blind volgen.


SUR TUOT: hoogalpien MTB-avontuur van Ischgl naar Scuol

92 pagina’s vol pure mountainbike inspiratie. Geen reclame. Alleen waar het echt om draait: Mountainbiken. Chapter 1 printed mountainbike magazine

Bestel hem hier

SUR TUOT: bijna 28 kilometer hoogalpien MTB-avontuur van Ischgl naar Scuol

Er zijn trails waarbij het moeilijkste onderdeel is bepalen welke lift je daarna pakt. Dit is duidelijk niet zo’n trail. SUR TUOT / DAVO DIEU verbindt het hooggebergte boven Ischgl en Samnaun met het trailnetwerk van Scuol.

  • Bijna 28 kilometer lang.
  • Vier bergpassen.
  • Een hoogste punt boven de 2.800 meter.

Dat begint minder op een bikeparkdag en meer op een mini-Transalp te lijken.Alleen dan in één hele stevige dag.

Eerst even: wat is SUR TUOT?

SUR TUOT is Reto-Romaans voor ongeveer ‘boven alles’. Best toepasselijk.

De trailverbinding ligt tussen Ischgl/Samnaun en Scuol en werd ontwikkeld om de bestaande MTB-netwerken aan weerszijden van de bergen rechtstreeks met elkaar te verbinden. Het plan ontstond al in 2018 binnen de bike-strategie van Engadin, Samnaun en Val Müstair.

Het zwaarste nieuwe deel ligt rond Fuorcla Davo Dieu.

In 2025 werkte een negenkoppig team van Trailuniun samen met Vast Trails een week lang aan ongeveer acht kilometer nieuw kerntracé tussen Fuorcla Champatsch, Fuorcla Davo Dieu en de Heidelberger Hütte.

Voor zomer 2026 zet ook Ischgl de complete verbinding nadrukkelijk als een van zijn nieuwe grote MTB-routes op de kaart.

Dus: niet gisteren gebouwd, wel nu een volwaardige officiële route.

Hoe zwaar is hij?

Behoorlijk. De officiële Zwitserse routepagina geeft:

26,9 kilometer
6 uur en 35 minuten
1.888 hoogtemeters klimmen
1.285 meter dalen
hoogste punt 2.805 meter
laagste punt 2.150 meter
moeilijk.

Alleen zit daar een nuance in. SUR TUOT kan in beide richtingen worden gereden en verschillende officiële bronnen meten niet exact dezelfde variant. Ischgl geeft voor zijn richting bijvoorbeeld 26,83 kilometer, 1.291 meter stijgen en 1.869 meter dalen. De toerismeorganisatie spreekt afgerond over 28 kilometer en 1.869 meter afdalen.

je moet flink klimmen én je krijgt flink veel afdaling terug.

En dan telt Scuol nog niet eens helemaal mee

Hier wordt het leuk. De beschrijving van Engadin zegt dat je vanuit Ischgl of Samnaun tot de aansluiting op het Scuol-trailnetwerk ongeveer 1.600 meter klimt en 2.000 meter daalt. Daarna kan er richting het dal bij Scuol nog minstens 1.000 meter afdaling bij komen.

Oftewel: de officiële SUR TUOT-track is niet noodzakelijk het einde van je mountainbike-dag.

Als alles lekker loopt, kun je daarna gewoon nog een flinke Zwitserse afdaling aan je dag vastplakken. Dat vinden wij een vrij sympathiek systeem.

Vier passen

De lijn kruist vier hooggelegen passen en blijft volgens Ischgl en Engadin vrijwel volledig tussen ongeveer 2.200 en 2.800 meter hoogte. En dat verandert behoorlijk hoe je zo’n route moet bekijken. Dit is geen bosroute waar je bij slecht weer na tien minuten naar een café afbuigt.

Met lange stukken waarop weer, wind en temperatuur serieus invloed hebben op je dag. Een zonnige ochtend in Ischgl betekent boven echt niet automatisch korte mouwen en zonnebril tot Scuol. Daar moet je op voorbereid zijn.

Je begint hoog vanuit Ischgl of Samnaun

Vanuit de Ischgl-kant bereik je het hooggelegen startgebied met de bergbanen van de Silvretta Bike Arena. Ischgl communiceert inmiddels ongeveer 100 kilometer grensoverschrijdende MTB-trails tussen Oostenrijk en Zwitserland. SUR TUOT past daar eigenlijk perfect tussen.

Je gebruikt de lift om direct hoogte te winnen. Maar daarna houdt het bikeparkidee vrij snel op. Vanaf Äußeres Viderjoch begint de echte route door het hooggebergte.

Vanaf hier moet je zelf je dag regelen.

Dit is eigenlijk de tegenovergestelde kant van Ischgl

Dat maakt het verhaal ook interessant. Ischgl staat bekend om infrastructuur.

  • Liften.
  • Skigebied.
  • Hotels.
  • Grote evenementen.

En ondertussen heeft de Silvretta Bike Arena zich ook behoorlijk ontwikkeld als lift-assisted MTB-bestemming. Maar SUR TUOT stuurt je juist ver van dat comfortabele resortgevoel vandaan.

Dat hadden wij eerlijk gezegd niet direct als eerste associatie bij Ischgl. Misschien juist daarom zo tof.

Onderweg langs de Heidelberger Hütte

De nieuwe kernsectie rond Davo Dieu sluit aan bij de Heidelberger Hütte. Die hut ligt bijzonder genoeg op Zwitsers grondgebied, maar wordt vanuit het Oostenrijkse Fimbatal bevoorraad en vormt al jaren een belangrijk punt in het grensgebied.

Voor SUR TUOT is het een logisch herkenningspunt in de route. En vooral een plek waar je beseft hoe ver je inmiddels van een normale bikepark-run verwijderd bent.

Bij een dag als deze zouden wij sowieso vooraf exact controleren:

  • wanneer de hut open is;
  • waar water beschikbaar is;
  • welke uitwijkmogelijkheden er zijn;
  • en hoe laat je uiterlijk ergens wilt passeren.

Want “we zien onderweg wel” is op 2.700 meter een wat minder sterk reisplan.

Geen route om zonder GPX te improviseren

Uiteraard is de route officieel aangegeven en beschikbaar via de toerismeorganisaties. Maar voor dit soort terrein zouden wij nooit alleen vertrouwen op een bordje dat ergens na een winter scheef kan staan.

Dus:

  • GPX offline.
  • Kaart offline.
  • Telefoon opgeladen.
  • Powerbank erbij.

En liefst weten hoe je terugkomt wanneer het weer omslaat of iemand materiaalproblemen krijgt. Dat klinkt saai. Totdat je telefoon 4% batterij aangeeft terwijl je nog een pas van Scuol verwijderd bent. Dan wordt navigatie ineens een verrassend interessant onderwerp.

En hoe kom je vanuit Scuol weer terug?

Belangrijk detail bij iedere point-to-point-route. Je eindigt aan de andere kant van de bergen, maar de bus staat waarschijnlijk nog in Oostenrijk. Scuol heeft goede treinverbindingen binnen Zwitserland en vanuit het Engadin richting andere vervoersknooppunten, maar een simpele rechtstreekse retour naar Ischgl is niet hetzelfde als even twee haltes met de metro.

Plan de terugreis dus vooraf. Een tweede auto, shuttleconstructie of overnachting in Scuol kan hier een stuk aantrekkelijker zijn dan na zes uur hooggebergte nog een logistieke puzzel starten. Persoonlijk zouden wij waarschijnlijk voor die laatste kiezen.

28 kilometer klinkt ineens niet zo veel

Tot slot nog even dat getal. 28 kilometer. Op papier klinkt dat bijna als een ochtendrondje, maar hier zit je urenlang boven 2.200 meter.

  • Vier passen.
  • Draagpassages.
  • Technisch terrein.
  • Meer dan duizend klimmeters.

En daarna potentieel duizenden meters dalen richting Scuol. Dus nee. Niet om 11:00 uur rustig vertrekken omdat Google Maps zegt dat 28 kilometer “wel meevalt”.

Engadin rekent voor de basisroute al ongeveer 6 uur en 35 minuten. En dan hebben we pech, stoppen, foto’s, eten, routezoeken en de extra afdaling richting het dal nog niet meegerekend. Wij zouden vroeg gaan.

Heel vroeg…. Dus houd daar rekening met de biertjes de avond daarvoor 😉

Meer informatie vind je op https://www.engadin.com/en/tours/sur-tuot


Nieuw bikepark bij Salzburg: Bike Trails Kesselmann in Faistenau

Nieuw bikepark bij Salzburg: Bike Trails Kesselmann in Faistenau

Soms hoeft een bikepark niet twintig liften, honderd trails en een compleet dorp vol €8-biertjes te hebben.

Soms heb je blijkbaar genoeg aan: een oude sleeplift. Een berghelling. Een stuk bos. Een boerderij.

En iemand die denkt:

Hier kunnen we in de zomer ook gewoon mountainbikes omhoog trekken.

Welkom bij Bike Trails Kesselmann in Faistenau.

Ongeveer twintig kilometer ten oosten van Salzburg is deze zomer een compleet nieuw klein bikepark geopend. Geen megaproject dat de volgende Saalbach wil worden, maar een compacte plek met trails van beginner tot technisch, twee jumplines en een aangepaste skilift die je MTB gewoon weer omhoog brengt.

En eerlijk gezegd vinden wij dat soort plekken vaak extra tof.

Van familieskilift naar bikepark

Kesselmann was er namelijk al. In de winter draait hier een kleine familielift naast de Kesselmannhof in Faistenau. De familie Strübler besloot het terrein vervolgens ook voor de zomer te ontwikkelen en de bestaande sleeplift geschikt te maken voor mountainbikes. Op 27 juni 2026 vond de officiële opening plaats.

Met een whip-off, best trick contest, trailshow, gratis biketests en clinics ging het nieuwe gebied voor het eerst echt open voor riders. Het reguliere trailseizoen wordt door de exploitant vanaf juli 2026 gecommuniceerd. Geen miljoenenproject met een nieuwe gondel dus gewoon slim gebruiken wat er al stond.

Hoeveel trails liggen er?

Hier moeten we even opletten met tellen.

De exploitant noemt momenteel:

  • twee groene trails;
  • twee blauwe trails;
  • één rode singletrack;
  • twee jumplines.

Dat komt dus op zeven afzonderlijke lijnen. Daarnaast is er een Kids & Skill Area.

Oostenrijk Toerisme beschreef het project vooraf iets anders als drie hoofdtrails, twee jumplines en een oefengebied, waarvan twee hoofdtrails met lifttoegang. De exploitant zelf publiceert inmiddels de uitgebreidere actuele indeling hierboven.

Voor de huidige situatie houden wij daarom de informatie van Bike Trails Kesselmann zelf aan.

Twee groene trails om überhaupt te beginnen

De twee Green Trails zijn specifiek aangelegd voor riders die net beginnen. Geen rock gardens of gap jumps. De exploitant omschrijft ze met rustigere bochten, beperkt verval en een vloeiende lijn. Ze zijn bedoeld om de basis onder controle te krijgen: remmen, bochten rijden en wennen aan terrein dat daadwerkelijk naar beneden loopt. Dat klinkt misschien niet als de reden waarom de gemiddelde Trail-addicts-lezer negen uur richting Oostenrijk rijdt.

Maar voor een familie of groep met verschillende niveaus is dit goud waard. Je kunt iemand hier daadwerkelijk leren mountainbiken zonder hem direct bovenaan een Alpenflowtrail achter te laten.

Daarna de Blue Flowtrail

De eerste blauwe optie loopt over de open weide. De Blue Flowtrail draait volgens Kesselmann om ruime bochten, rollers en snelheid meenemen. Dat is waarschijnlijk het soort trail waarop een beginner rustig kan opbouwen en een ervaren rider vervolgens alsnog veel te hard probeert te gaan.

Blue Singletrack: het bos in

De tweede blauwe trail heeft een ander karakter. De Blue Singletrack loopt door het bos en bevat volgens de officiële omschrijving meer afwisselende lijnen, wortels en licht technische passages.

Dat vinden wij eigenlijk meteen interessanter, je krijgt dus niet twee keer dezelfde flowtrail in een andere kleur.

  • De weidelijn draait meer om flow.
  • De boslijn brengt natuurlijke ondergrond en wortels erbij.

Precies die stap heb je nodig wanneer je uiteindelijk serieuzere natuurlijke trails in de Alpen wilt gaan rijden. Want een perfect gladde kombocht is één ding. Een natte wortel die precies dwars over je lijn ligt doet toch weer iets anders!

De rode singletrack blijft natuurlijk

En dan komt het “serieuzere” werk. De Red Singletrack ligt in het bos en wordt door Kesselmann bewust als natuurlijker en technisch uitdagender omschreven.

Denk aan:

  • smallere bochten;
  • technische passages;
  • natuurlijk terrein;
  • meer lijnkeuze.

Exacte lengte, hoogtemeters en feature-by-feature informatie publiceert de exploitant op dit moment niet. Dus we gaan niet roepen dat hier enorme rock gardens of drops liggen als dat nergens officieel bevestigd wordt.

Maar het uitgangspunt spreekt ons wel aan. Niet alles met een graafmachine gladtrekken. Gewoon ook een technische boslijn laten liggen.

En twee jumplines

Voor riders die liever omhoog dan om wortels heen rijden liggen er ook twee jumplines. De twee lijnen hebben verschillende moeilijkheidsniveaus en bestaan uit geshapete kickers en landingen. Ze zijn zowel bedoeld om jumps te leren als voor riders die al wat meer kunnen, dat maakt het gebied meteen veelzijdiger.

Want een klein bikepark met alleen vier korte flowtrails kan na een halve dag nogal klaar voelen. Een goede jumpline geeft je juist iets waarop je twintig keer hetzelfde stukje wilt rijden omdat die ene sprong nét niet lekker ging. Mocht ja daar van houden natuurlijk. Zelf zit ik nu aan het bier 😉

Een sleeplift voor mountainbikes

Gewoon een sleeplift die voor MTB-transport is aangepast. Dat past perfect bij de schaal van het park. De exploitant noemt het een MTB-Schlepplift en gebruikt een transportsysteem waarmee rider en mountainbike weer richting de trailstart gaan. Hoe comfortabel dat na run twintig precies is, kunnen we niet beoordelen zonder het zelf geprobeerd te hebben. Maar het is in ieder geval een stuk sneller dan twintig keer omhoog lopen.

Dit is duidelijk geen bestemming voor een hele week

Laten we ook gewoon eerlijk zijn. Zeven lijnen bij een kleine sleeplift? Daar boeken wij geen volledige zomervakantie voor. Maar volgens mij moet je Kesselmann ook totaal niet zo bekijken.

Dit is een halve- of hele-dagspot.

Een plek om:

  • met de kids te rijden;
  • skills te oefenen;
  • iemand voor het eerst kennis te laten maken met lift-assisted mountainbiken;
  • een paar uur jumps te trainen;
  • onderweg naar een andere bestemming even te stoppen.

En juist daarvoor is €32 voor een volwassen dagkaart best interessant.

Vlak bij Salzburg

Faistenau ligt in de Fuschlseeregion in het Salzkammergut, ten oosten van Salzburg. De regio zelf combineert de nieuwe trails nadrukkelijk met het bestaande netwerk aan MTB- en e-MTB-routes rond onder meer Fuschlsee en Hintersee. Dat maakt dit niet alleen een bikeparkstop. Je kunt er makkelijk een paar verschillende dagen van maken.

Dag één Kesselmann. Volgende dag een langere MTB-route.

‘s Middags het meer in. En Salzburg ligt dichtbij genoeg om op een rustdag ook nog iets anders te doen dan naar een derailleur kijken.

Best een fijne combinatie als niet iedereen in het gezin zeven dagen alleen maar mountainbikes wil zien.

Informatie:

Bike Trails Kesselmann


Sneak Peaks: 1.100 km MTB-avontuur door de Dolomieten

Sneak Peaks: 1.100 kilometer MTB-avontuur door de Dolomieten

Er zijn van die momenten waarop iemand naar een kaart kijkt en denkt:

Daar zouden we best een mooie MTB-route van kunnen maken.

En dan heb je blijkbaar de mensen achter Sneak Peaks.

Die kijken naar de Dolomieten, hooggelegen rifugio’s, verlaten bergpassen en een enorme hoeveelheid hoogtemeters en denken:

1.100 kilometer moet lukken.

Volgende week woensdag, 26 augustus 2026, vertrekt vanuit Bolzano opnieuw de langste versie van Sneak Peaks. Een unsupported bikepacking-expeditie door de Italiaanse Alpen waarbij de Adventure-route goed is voor ongeveer 1.100 kilometer en ergens tussen de 37.000 en 40.000 hoogtemeters.

En voor wie denkt dat dat vooral asfalt en makkelijke gravelwegen zijn: 55 procent is offroad. 15 procent is hike-a-bike. Oftewel: ongeveer 165 kilometer van die 1.100 kilometer valt volgens de route-indeling in de categorie waarbij rijden blijkbaar niet de meest logische optie is.

Top….

Drie routes, allemaal behoorlijk gestoord

Sneak Peaks heeft drie varianten.

Entree

500 kilometer
17.000 hoogtemeters
45% offroad
10% hike-a-bike
4 rifugio-checkpoints
moeilijkheid: 8/10.

Dat heet dus de Entree.

Vijfhonderd kilometer en zeventienduizend hoogtemeters.

Classic

Daarna komt Classic:

800 kilometer
28.000 hoogtemeters
50% offroad
10% hike-a-bike
8 checkpoints
moeilijkheid: 9/10.

Adventure

En dan het hoofdgerecht.

1.100 kilometer
circa 37.000–40.000 hoogtemeters
55% offroad
15% hike-a-bike
12 checkpoints
moeilijkheid: 10/10.

De organisator omschrijft Adventure zelf als een van de zwaarste bikepackingroutes ter wereld. Dat soort claims nemen we normaal met een flinke korrel zout. Maar kijkend naar deze cijfers gaan we er deze keer ook niet heel hard over discussiëren.

Geen race

Het opvallendste is eigenlijk dat Sneak Peaks geen klassieke race wil zijn. Er is geen cut-off. Iedere rider die de route volgens de regels afmaakt, geldt als finisher. De klok loopt tijdens de single-stage-expeditie wel continu door en riders bepalen zelf wanneer ze stoppen, slapen of weer verdergaan.

Dus technisch kun je natuurlijk nog steeds proberen iemand compleet zoek te rijden. Maar het evenement is niet gebouwd rond podiumplaatsen. De organisatie legt juist veel nadruk op samen rijden, elkaar onderweg opnieuw tegenkomen en de sociale kant van zo’n bizarre tocht. Dat vinden we eigenlijk wel tof. Want na drie dagen regen en 8.000 hoogtemeters interesseert het waarschijnlijk niemand meer of je drie minuten voor iemand anders bij een rifugio aankomt.

De rifugio’s zijn onderdeel van de route

Die berghutten zijn niet zomaar toevallige bevoorradingspunten. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het hele concept. De routebouwer bezocht tijdens de voorbereiding volgens Orbit360 meer dan vijftig rifugio’s persoonlijk om uiteindelijk te bepalen welke in de route pasten. De hutten liggen vaak hoog en ver van de grote dalen. Dat betekent automatisch lange klimmen en flink wat hoogtemeters om ze te bereiken. Voor Adventure liggen uiteindelijk twaalf van deze checkpoints verspreid over de route.

Daar vind je eten, drinken en beschutting.

Best prettig wanneer je al zes uur nat bent en ontdekt dat het woord Dolomieten niet automatisch betekent dat iedere dag 24 graden en strakblauwe lucht oplevert.

De zwaarste trail is niet automatisch de beste trail

Dit vind ik misschien wel het interessantste aan het verhaal achter Sneak Peaks. Bij het bouwen van de route heeft de organisatie bewust niet altijd het ruigste mogelijke pad gekozen. Sommige spectaculaire singletracks vielen af omdat ze bij regen of in het donker te gevaarlijk worden. Andere stukken werden vermeden als ze te veel conflict met wandelaars konden opleveren. Offroad kreeg de voorkeur, maar niet koste wat kost. Soms werd bewust een rustige asfaltweg gebruikt als dat qua veiligheid of routeverloop slimmer was. Dat klinkt misschien minder stoer. Maar eigenlijk juist slimmer. Want een route van 1.100 kilometer hoeft niet iedere kilometer te bewijzen hoe hard hij is.

De bergen regelen dat vanzelf wel.

En toch moet je 15 procent lopen

Dat blijft een heerlijk cijfer. De Adventure-route bestaat volgens de organisatie voor 15 procent uit hike-a-bike. Bij 1.100 kilometer kom je theoretisch dus op ongeveer 165 kilometer terrein terecht dat in die categorie valt.

Dat betekent niet noodzakelijk dat iedere meter daarvan letterlijk met de MTB op je schouders wordt afgelegd. Hike-a-bike kan allerlei terrein omvatten waar duwen, dragen en rijden elkaar afwisselen.

Maar veel is het sowieso.

Je gaat hier dus niet winnen door alleen een enorme FTP te hebben.

Je moet ook goed worden in de onderschatte MTB-discipline:

lopen met een onhandig stuk carbon van vijftien kilo plus bagage.

Self-supported betekent ook echt zelf oplossen

Sneak Peaks is een unsupported expeditie. Je krijgt van de organisatie de gecontroleerde GPX-route, tracking en de checkpoints, maar onderweg moet je voor jezelf kunnen zorgen.

De organisator zegt expliciet dat deelnemers ervaring moeten hebben met meerdere dagen in afgelegen terrein en zelf beslissingen moeten kunnen nemen wanneer dingen misgaan. Nieuwe deelnemers doorlopen daarom een aanvraagprocedure met scenario’s rond situaties die ze onderweg tegen kunnen komen..

Op 2.500 meter hoogte is: “Mijn tubeless plug werkt niet, iemand een idee?” net iets minder grappig wanneer de dichtstbijzijnde deelnemer drie uur achter je zit.

Geen tijdslimiet maakt het eigenlijk alleen maar toffer

Veel ultra-events draaien volledig om snelheid. Sneak Peaks doet iets anders. Er is geen eindtijd waarbinnen je binnen moet zijn. De finish blijft volgens de organisatie beschikbaar totdat de laatste rider arriveert. Dat betekent niet dat het ineens een ontspannen vakantie wordt.

Je bent nog steeds dagenlang door de bergen onderweg. Maar het haalt wel iets van die: slapen is voor verliezers -mentaliteit eruit.

De eigen routefilosofie zegt het eigenlijk vrij duidelijk: wie vanaf kilometer één volle bak gaat, betaalt daar later vaak de prijs voor. De route beloont volgens de organisatie eerder geduld dan ego.

Best een goede regel voor ongeveer iedere lange MTB-dag trouwens.

Party Pace Patrol

Op Entree en Classic rijden Party Pace Patrols mee. Dat zijn geen gidsen die je naar de finish trekken, maar ervaren riders die ergens in het veld blijven en ondersteuning kunnen geven op het gebied van onder andere techniek, eerste hulp en vooral moraal. Het past bij het idee dat Sneak Peaks meer als gezamenlijke expeditie dan als pure wedstrijd wordt neergezet. Of het na 25.000 hoogtemeters nog steeds als party pace voelt weten we niet.

Waarschijnlijk ligt de definitie van feest dan iets anders dan op vrijdagavond thuis.

Start en finish gewoon bij een minigolfbaan in Bolzano

Na al die grootse woorden over hoogalpiene expedities, extreme bergroutes en honderden kilometers begint en eindigt alles bij Ahoi Minigolf in Bolzano.

Deelnemers mogen daar rond het evenement gratis hun tent neerzetten en er zijn toiletten en douches beschikbaar.

Dus:

  • 1.100 kilometer Alpen.
  • 40.000 hoogtemeters.
  • twaalf rifugio’s.
  • honderden kilometers offroad.
  • En daarna pizza bij de minigolfbaan.

Eigenlijk perfect.

Kun je de route later zelf rijden?

Hier zouden we voorzichtig mee zijn. Deelnemers ontvangen een door Sneak Peaks gecontroleerde GPX-route en de organisatie scout de route specifiek voor het evenement. Dat betekent niet automatisch dat iedere meter van die track op ieder willekeurig moment buiten het evenement probleemloos te rijden is. In de Alpen kunnen toegangsregels, seizoenssluitingen, vee, weer, sneeuw en trailgebruik veranderen.

Wie elementen ervan zelfstandig wil rijden moet dus altijd de actuele lokale regels controleren. Niet blind een oude GPX downloaden en denken: zij reden hier vorig jaar ook. Zo werken bergen helaas niet.

Meer informatie vind je hier: https://www.orbit360.cc/sneak-peaks


Enduro World Cup stopt na 2026: wat betekent dat voor de sport?

Enduro World Cup stopt na 2026: is dit slecht nieuws of juist precies wat enduro nodig heeft?

Nou.

Die zagen we niet direct aankomen.

De UCI Enduro World Cup stopt.

Na seizoen 2026 komt er geen nieuwe World Cup-serie meer voor enduro en E-Enduro. De UCI en Warner Bros. Discovery Sports maakten dat op 19 augustus officieel bekend.

En omdat de laatste ronde afgelopen weekend al in Morillon werd gereden, betekent dat iets geks:

de allerlaatste Enduro World Cup ooit is dus al geweest.

Geen afscheidsseizoen volgend jaar. Geen laatste grote finale. Klaar. Tenminste… met de World Cup.

Want enduro zelf verdwijnt absoluut niet.

Eerst even: wat stopt er precies?

Vanaf 2027 organiseert de UCI geen volledige Enduro World Cup-serie meer. De discipline blijft wel onderdeel van de UCI en ook de Enduro en E-Enduro World Championships blijven bestaan. Sterker nog: de UCI zegt expliciet dat het WK voortaan het internationale hoofdevenement voor de discipline moet worden. Het verschil is behoorlijk groot. Tot nu toe had je een volledig seizoen met wedstrijden in verschillende landen. Rijders verzamelden punten. Aan het eind werd een World Cup-winnaar gekroond. Daarnaast kwam er sinds 2024 ook nog een afzonderlijk wereldkampioenschap met de regenboogtrui.

Vanaf volgend jaar valt die hele World Cup-laag dus weg. Het WK blijft.

Waarom stopt de UCI ermee?

Daar blijft de officiële verklaring een beetje voorzichtig. De UCI en WBD zeggen dat iedere mountainbikediscipline zijn eigen karakter, community en ontwikkelingspad heeft. Volgens beide partijen heeft enduro daarom meer baat bij een structuur die specifiek voor de discipline is ontworpen, met meer flexibiliteit, ruimte voor innovatie en een sterkere focus op deelname en community. Dat klinkt natuurlijk behoorlijk bestuurlijk.

Vrij vertaald:

enduro paste misschien niet helemaal lekker in het enorme World Cup-format waarin downhill, XC, short track en enduro allemaal onder dezelfde vlag moesten functioneren.

Dat laatste is onze interpretatie van de beslissing, niet iets wat de UCI letterlijk zo zegt. Maar het feit dat de UCI juist flexibiliteit en een eigen ontwikkelingsmodel noemt, wijst wel duidelijk in die richting.

Van EWS naar UCI World Cup

Wie al wat langer enduro rijdt, kent natuurlijk vooral de drie letters:

EWS.

De Enduro World Series begon in 2013 en groeide behoorlijk snel uit tot dé internationale wedstrijdserie van de sport en het concept paste perfect bij enduro. Geen afgesloten downhilltrack. Maar lange dagen op de MTB, meerdere stages, verbindingen ertussen en bestemmingen waar de wedstrijd daadwerkelijk onderdeel werd van het lokale trailnetwerk.

  • Finale Ligure.
  • Aínsa.
  • Whistler.
  • Val di Fassa.
  • Madeira.
  • Zermatt.

Allemaal plekken die mede door de EWS een bijna mythische status kregen bij enduroriders. In de afgelopen jaren werd de EWS geïntegreerd in de bredere WHOOP UCI Mountain Bike World Series en werd het de UCI Enduro World Cup. De UCI noemt zelf de rol van de EWS en WBD bij de professionalisering en internationale groei van enduro gedurende meer dan tien jaar.

En nu stopt precies die World Cup-structuur dus weer.

Maar voor enduro zelf?

Daar zijn we iets minder pessimistisch over, misschien zelfs het tegenovergestelde. Want enduro is uiteindelijk nooit ontstaan omdat iemand dacht:

“Weet je wat mountainbiken nodig heeft? Meer UCI-reglementen.”

Het ontstond omdat riders een wedstrijdvorm wilden die leek op hoe ze daadwerkelijk mountainbikten. Zelf naar een trail rijden, daar naar beneden racen. Aan het eind kijken wie gemiddeld het snelste was. Dat hele idee zit veel dichter tegen een dikke dag mountainbiken aan dan traditionele downhill of XC. En misschien is dat precies waar de sport weer wat meer ruimte voor krijgt.

De laatste World Cup was afgelopen weekend in Morillon

Het vreemde is dus dat het tijdperk al afgesloten is.

Van 14 tot en met 16 augustus 2026 werd in Morillon, Haute-Savoie, de zesde en laatste Enduro World Cup van dit seizoen gereden. De officiële World Series-pagina noemt die wedstrijd expliciet als de seizoensfinale. Op dat moment wist het grote publiek nog niet dat het ook de laatste ronde van de complete World Cup-serie zou zijn. Daardoor krijgt die wedstrijd achteraf ineens veel meer betekenis.

Morillon debuteerde pas in 2025 als World Cup-locatie en kreeg in 2026 opnieuw de finale. Het Enduro Bike Park en de natuurlijke trails rond Grand Massif vormden daarmee onbedoeld het decor voor het einde van een tijdperk.

Best bijzonder.

Maar Finale Ligure krijgt nu het echte slotstuk

Gelukkig is 2026 qua enduro nog niet voorbij. Van 16 tot en met 18 oktober worden de UCI Enduro en E-Enduro World Championships gereden in Finale Ligure. En als je één plek moet aanwijzen waar dit tijdperk mag eindigen… dan is Finale eigenlijk behoorlijk perfect.

De Enduro World Series kwam hier vanaf het begin terug. Finale Outdoor Region beschrijft zelf hoe het gebied al vroeg betrokken was bij Superenduro en jarenlang een vaste waarde van de EWS bleef.

En wij kennen de plek natuurlijk vooral omdat de trails gewoon dik zijn.

  • Rotsen.
  • Stof.
  • Natuurlijke singletracks.
  • Technische rock gardens.
  • Lange afdalingen.
  • En uiteindelijk de Middellandse Zee beneden.
  • Trail-addicts reed hier zelf al meerdere keren en Finale zit al jaren diep in onze eigen verhalen.

Misschien komt er juist weer ruimte voor evenementen waar amateurs naast de profs rijden

Dit vinden wij persoonlijk interessant.

Een van de leukste onderdelen van de oude EWS was altijd dat het niet voelde alsof de profwedstrijd in een compleet afgesloten wereld plaatsvond.

Je kon zelf naar dezelfde bestemming.

De trails rijden.

Soms zelfs binnen hetzelfde evenement deelnemen.

Ook in de huidige Enduro World Cup bleef daar iets van over via de Shimano Enduro Open, waarbij amateur-riders op World Cup-locaties konden deelnemen. Morillon bood zo’n Open-wedstrijd naast de World Cup aan.

De officiële verklaring van UCI en WBD noemt voor de toekomst juist participation en community engagement als punten waarop een nieuwe endurostructuur zich sterker zou kunnen richten.

Wat dat precies betekent weten we nog niet.

Maar als daar uiteindelijk een internationale serie uit ontstaat waarbij amateurs en professionals opnieuw veel dichter bij elkaar staan?

Dan vinden wij dat eerlijk gezegd helemaal geen verkeerde richting.

Betekent dit dat de UCI enduro heeft laten mislukken?

Dat vinden wij te makkelijk.

De afgelopen jaren heeft enduro binnen de World Series juist een officiële World Cup-status en een eigen wereldkampioenschap gekregen. De UCI benadrukt zelf dat de internationale zichtbaarheid van de discipline in die periode is gegroeid.

Maar tegelijkertijd is duidelijk dat de huidige structuur niet doorgaat, dus blijkbaar werkte die niet goed genoeg om hem voort te zetten. Waarom precies — kosten, mediawaarde, organisatorische complexiteit, belangstelling of een combinatie daarvan — maakt de UCI in de huidige verklaring niet concreet.

En daar moeten we dus ook geen cijfers of verklaringen bij gaan verzinnen!